Op dinsdag 12 oktober organiseerden we samen met Brugs Food Lab, Avansa Brugge, Oxfam-Wereldwinkel Brugge en Climaxi een inspirerend debat over hoe we als maatschappij kunnen streven naar duurzame voeding. De panelleden reflecteerden samen de vraag hoe we als maatschappij kunnen streven naar een duurzaam voedselsysteem. Het werd een boeiende gedachtenwisseling waaruit een waaier van voorstellen opborrelden. 


Panelleden

Jarno Claeys, kleine bioboer uit Pittem met kennis van zaken
Minou Esquenet, Brugs milieu- en klimaatschepen en voortrekker van Brugse lokale voedselstrategie
Vera Dua, voorzitter van Bond Beter Leefmilieu en ex-minister van Leefmilieu & Landbouw
Filip Debodt, milieu-activist van Climaxi
Tom Van Hulle, conventionele boer uit Brugge met een gegronde mening


Panel

Het verloop van het debat

Landbouwgrond hoort in de handen van boeren

Het debat start met de stelling dat landbouwgrond voorbehouden moet blijven voor landbouw. Alle panelleden zijn het hiermee eens hoewel de realiteit - met meer dan 20% landbouwgrond die niet voor landbouw gebruikt wordt - hier zeer sterk van afwijkt. Vera Dua schuift als oplossing een grondenbank naar voor, die met overheidsmiddelen gronden kan aankopen en vervolgens doorverkopen of verhuren aan duurzame boeren. Jarno vindt dat boeren voorrang moeten krijgen als landbouwgrond te koop wordt aangeboden: “Ik deed wel eens een bod op landbouwgrond, maar als je dan voelt welke andere partijen staan te dringen, dan voel je je heel klein.” Een grondenbank vindt hij een goed idee, maar ziet die graag in handen van burgers, zoals bij De Landgenoten. Hij mist het vertrouwen dat de overheid de landbouw in een duurzame richting zou sturen. Vera Dua begrijpt het wantrouwen. Ze verdedigt de kracht van een Europese motor om de nodige visie en de broodnodige grote lijnen uit te zetten. Zonder deze motor blijven initiatieven van burgers of lokale besturen volgens haar te beperkt om de grote transitie in te zetten. Sowieso zijn de boeren het roerend eens: landbouwgrond hoort in handen te zijn van de actieve boer.

Wat met duurzame landbouw?

Voor Jarno Claeys is het helder: er zijn heel veel actoren betrokken en veelal hebben ze allemaal een excuus klaar. “Als we verandering willen zien, dan moet elke actor de verandering inzetten en vooral niet wachten op de ander.” Ook Vera Dua geeft aan dat het een heel complex verhaal is. Voor haar is het hemeltergend dat er nog altijd partijen zijn die niet beseffen (of niet toegeven) dat de landbouw een groot probleem vormt. Hoopgevend is het feit dat een vertegenwoordiger van ABS kortgeleden bij Terzake bevestigde dat het systeem herdacht moet worden. Andere organisaties zoals Boerenbond – die in het huidige landbouwsysteem natuurlijk verweven zitten met diverse winstgevende structuren – ontkennen de problematiek. Filip Debodt gaat sterk in tegen het idee dat we allemaal verantwoordelijk en in de fout zijn. Voor hem is het duidelijk dat we in een maatschappij leven waar sterke liberale machten aan het werk zijn. “Soms op een verborgen manier zoals de multinational die de markt van de korte keten tracht in te palmen via de oprichting van buurderijen en zo de echte burgerbewegingen zoals Voedselteams de das tracht om te doen. Het is het eeuwige winstbejag dat ons in de huidige crisissituatie heeft gebracht.” Vera Dua beaamt dat het uitermate vreemd is dat er grote gesloten varkensbedrijven in de rand van Gent produceren voor de wereldmarkt, terwijl de inwoners van de nabijgelegen stad vragende partij zijn voor lokaal en duurzaam voedsel: “De boeren staan met de rug naar de stad: ze moeten zich omdraaien.”

Wie zal er later voor ons voedsel zorgen?

Wie gaat ons voedsel nog produceren, wanneer de lonen zo laag zijn in de landbouw en de investeringen zo hoog? Jarno Claeys weet dat vele mensen in de landbouw willen werken. “Het is niet het werk dat afschrikt; wel de lage lonen. Dat merk ik bij sollicitatiegesprekken.” Helaas houdt de overheid sinds WOII volgens Jarno Claeys lage prijzen in stand via subsidies. Vera Dua ziet het onheil eerder bij het foute advies dat jonge boeren krijgen. Velen worden in een traject van groei geduwd waarin ze nadien gevangen zitten. Filip Debodt geeft aan waar volgens hem het schoentje knelt: “We hebben niet alleen een falend milieubeleid. We ontbreken ook een kwaliteitswetgeving.” De veel te lage prijzen voor voeding zijn alleen maar mogelijk omdat de wetgeving rommel accepteert. De wetgeving moet kwaliteit vooropstellen en bepaalde verwerkingsprocessen verbieden. “Dat mag niet ten koste gaan van de consument. Wie nog steeds minder dan 14 euro per uur verdient, kan zich dit niet veroorloven. Een eerlijk fiscaal beleid moet geïntroduceerd worden en ruimte bieden.” De nodige transitie zal volgens Vera Dua een generatie tijd vragen en kan enkel tot stand komen wanneer instromers en jonge boeren in de juiste richting worden geleid. Er moet een centrale visie zijn waarbij men kiest voor kwaliteit uit lokale productie. “Produceren voor de wereldmarkt is niet duurzaam!”

De prijs van (duurzame) voeding

Minou Esquenet geeft aan dat recente cijfers wijzen op een toenemend aantal mensen die bereid zijn om duurzame, lokale groenten te kopen. Anderzijds blijkt het soms moeilijk om als overheid lokale productie te faciliteren: buurtprotesten houden bijvoorbeeld momenteel een project van lokale productie tegen in de Brugse rand. Jarno Claeys stipt aan dat het heus niet alleen overtuigde bioconsumenten zijn die bij hem kopen. Er zijn vele redenen om duurzaam te kopen: omdat het lekker is, omdat het nabij is, omdat het duurzaam is, omdat er een sterke persoonlijke band is met de producent of verkoper... Het valt hem vooral op dat zijn klanten bezig zijn met echt eten en lekker koken. Aan de prijs van voedsel tornen is niet eenvoudig. Vera Dua stipt aan dat het absurd is dat gangbaar eten zo goedkoop is. Dit systeem wentelt vele kosten af op de hele maatschappij. Om de prijs van gangbaar en bio correcter te maken, moet ofwel gangbaar eten duurder worden via een taks. Voorbeelden uit het buitenland tonen echter aan dat dat niet eenvoudig is. Ofwel moet biologisch voedsel goedkoper worden. Europa zou recent gestemd hebben dat het mogelijk moet zijn om een 0%-btw-tarief toe te passen voor biovoeding. Of dat ook zal doordringen en verschil maken, is nog de vraag.

De slotvraag: wie moet wat doen

Jarno Claeys ziet een rol weggelegd voor scholen om kinderen van bij de start anders in het leven te doen staan. Niet met een gevoel dat alles beter en groter moet, maar met meer aandacht voor wat is en voor hoe we ons voelen en waarom. Minou Esquenet ziet zeker een rol voor lokale besturen om landbouwgronden te vrijwaren voor voedsel en om lokale duurzame projecten te vergunnen. Ook een stuk bewustwording mag voor haar bij lokale besturen gelegd worden. Filip Debodt vraagt meer dan persoonlijke verandering. Voor hem is gegroepeerde actie nodig en normering vanuit de overheid. Individuele acties alleen zullen de maatschappij volgens hem niet veranderen. Vera Dua beaamt dat de inzet van iedereen nodig is, zowel individuen, ambtenaren, ondernemers en wetenschappers. Vooral het erkennen van de urgentie lijkt haar een broodnodig startsignaal. “Het is schrikbarend te merken dat er nog steeds mensen zijn die niet beseffen dat er een probleem is in de landbouw! De instrumenten zijn er. Er ontbreekt enkel een visie om de tanker te keren.

Boerenprotest

Het publiek vraagt zich af waarom de boeren zich niet meer organiseren en in opstand komen? Daarop geeft Tom Van Hulle aan dat de boeren slechts 3% uitmaken van de bevolking. De macht van het getal werkt hier niet meer. “Bovendien heeft de boer weinig tijd”, zo bevestigen de beide boeren. In een slotvraag wordt duurzaam en biologisch in vraag gesteld. Jarno Claeys repliceert met vuur dat biologisch slechts een minimum is en dat niet-biologisch nooit gelijkgesteld kan worden met duurzaam. “De natuur kan niet om met chemicaliën. De impact van pesticiden en kunstmest is enorm. De gangbare manier van landbouw bedrijven is een totaal verschillende manier van de biologische manier. We moeten de natuur volgen willen we duurzaam zijn.

Samen voor biologische landbouw

Jarno Claeys engageert zich om op de gronden die hij bewerkt minstens de normering van de biologische landbouw te halen. Dat betekent samen zo’n 4 ha grond die voor biologische landbouw worden ingezet, waarvan 2,5 ha worden aangekocht door De Landgenoten om de kost van de investering door vele schouders te dragen. Je kan Jarno's project hier nalezen en steunen.