Als 'arts zonder grenzen' werkte kinderarts Daan Van Brusselen van Ecuador tot Congo, van Haïti tot Pakistan, gebieden waar een kinderleven vaak aan een zijden draadje hangt. Uit zijn gepassioneerde dagboek wordt duidelijk dat hij op al die plekken als arts veel kinderen kan helpen maar ook vaak machteloos staat tegen de politieke en militaire onrust, die de gevolgen van een beschadigd en ziekmakend leefmilieu alleen maar erger maken. Wat een doemdenkerig boek had kunnen worden is een hoopvol pleidooi voor de kracht van de verandering, door de inzet van velen, in lokale projecten waar de basis wordt gelegd van een betere planetaire gezondheid. 
Daan Van Brusselen gaat in zijn Dagboek van een kinderarts zonder grenzen het leed niet uit de weg. In zijn pakkend relaas van de klinische praktijk in rampgebieden in het Globale Zuiden blijkt hoeveel kinderen er lijden en vaak sterven door gebrek aan voedsel, drinkbaar water, hygiëne en kennis. Of het nu in Quetta, Port-au-Prince, Masisi of Kuala Lumpur is, overal stoot hij op de gevolgen van het milieu op de gezondheid van kinderen. Stress, droogte, vervuiling en ondervoeding gaan hand in hand met geweld, corruptie, exploitatie, verstoring van ecosystemen en verlies aan biodiversiteit.
Van Brusselens relaas is een onontkoombaar pleidooi voor One Health, het inzicht dat lichamelijke en geestelijke gezondheid naadloos verweven is met die van onze natuurlijke leefomgeving. Een gezonde geest in een gezond lichaam in een gezonde omgeving: één en ondeelbaar begrip van gezondheid. Infectieziekten en ontwikkelingsstoornissen, mentaal en fysiek welzijn zijn niet los te zien van voedsel- en energieproblematiek, klimaatverandering, oorlogsgeweld en politieke onmacht - of moedwil.
Van Brusselen blijft te midden van al die kinderellende positief en genuanceerd. Hij is erg kritisch voor de potentieel kwalijke gevolgen van kunststoffen of chemicaliën en de neveneffecten van onze technische en medische vooruitgang - denk aan bijvoorbeeld fout gebruik van antibiotica of de menselijke activiteiten die ons steeds dichter bij reservoirs van ziekteverwekkers brengt - maar beseft ook dat het voorzorgsprincipe geen absoluut verbod op innovatie mag inhouden. Een betere gezondheid kan niet zonder kritische wetenschap en evidence-based zorg. Meer onderzoek, meer kennis, meer samenwerking en onderwijs kunnen de wereld van morgen mee helpen vormgeven voor de kinderen van nu.