In Wim Wenders' film Perfect Days koopt de hoofdpersoon een boek waarbij de boekverkoopster terloops vertelt dat de schrijfster ervan - Aya Koda (1904-1990) - meer erkenning verdient voor haar schitterende boeken. Dat boek is Bomen, een ontwapenende bundel essays waarin Kōda je de wonderen van bomen met nieuwe ogen doet bekijken.

Aya Kōda bezoekt enkele van de beroemdste en oudste bomen van Japan en beschrijft haar ontmoetingen met deze stille, onbeweeglijke wezens. 'Bomen gaan door het leven zonder een woord te zeggen', schrijft Koda. 'Ze zeggen niets, zelfs als hun levenspad kronkelig is. Dat is prachtig, dacht ik, en triest.'

Bomen bevat veel van dit soort terzijdes, die zich aan elkaar rijgen tot een doordacht en tot nadenken stemmend verslag, waarin vergankelijkheid doorschemert. Het boek is geschreven in een genre van de Japanse literatuur dat zuihitsu wordt genoemd: 'het volgen van de penseelstreek'. In deze stijl krijgen mijmering en spontaniteit de vrije hand, zonder veel behoefte aan een verhaallijn. Kōda's schrijven bezit een ontwapenende lichtheid, een speelse nonchalance en een poëtische originaliteit.


Kōda wordt soms op steile of oneffen paden door een gids gedragen om de boom te vinden waarnaar ze op zoek is. Haar eigen kwetsbaarheid staat in mooi contrast met de kracht van haar onderwerpen, die soms al tweeduizend jaar of ouder zijn. De woorden zoekend om te schrijven over knoestige, eeuwenoude wortels en schors en delicate, vluchtige bloesems voelt ze zich gevangen 'in een tangbeweging van schoonheid en angst'. Bomen verschijnt postuum, nadat ze in 1990 overlijdt aan de gevolgen van een beroerte en hartinfarct.

Na dit boek kijk je met een frisse blik naar bomen. En ja, bekijk ook de film van Wenders - al evenzeer de moeite.
 

Media
Image