Kirgizië heeft het grootste wilde, ongecultiveerde walnotenbos ter wereld, waar de teelt verweven is met het leven van de lokale gemeenschappen. Hele gezinnen uit het dorp verhuizen tijdens de oogst zes weken naar de notengaarden hoog in de bergen. De mannen klimmen in de bomen en schudden aan de takken terwijl vrouwen en kinderen de noten verzamelen. Ook elders in de wereld is de walnoot verweven met eeuwenoude geschiedenis, cultuur en feesten.
Naast de okkernoot of ‘gewone walnoot’ zijn er diverse soorten, zoals de zwarte en witte walnoten. Omdat de gedomesticeerde walnoot over de hele wereld wordt geteeld, gekruist en geënt, zijn er duizend verschillende variëteiten. De noot is veelzijdig. Je kan ze gewoon zo eten, confituur van maken of opleggen in suiker, verwerken tot likeur, transformeren tot walnootboter of persen tot olie. Het Lam Gods is trouwens geschilderd met walnootolieverf. De vermalen doppen leveren grit waarmee auto's en vliegtuigen worden schoon gespoten. Het hout van de bomen wordt gegeerd voor allerlei luxueuze toepassingen.
In de lage landen staat de notenteelt nog in de kinderschoenen. Het is vooralsnog zoeken naar de juiste rassen die geschikt zijn voor ons klimaat en bodem. Maar er is al veel enthousiasme over de mogelijke rol van de walnoot in de eiwittransitie, waarbij noten in plaats van dieren de nodige eiwitten leveren. Walnoten hebben echter vruchtbare en vochthoudende grond nodig - waar nu vooral peren en appels staan. Er wordt naast okkernoten nu ook gedacht aan hazelnoten en tamme kastanjes, die minder veeleisend zijn en op de slechtere gronden zouden kunnen groeien.
De noot biedt toekomstperspectief, zowel voor onze eigen gezondheid als voor die van de planeet. Dit enthousiaste walnotenreisverhaal wijst de weg.